Alles wat je moet weten over de peuterpuberteit

In de periode van anderhalf tot 4 jaar zitten heel wat ouders met de handen in hun haar. Dan breekt bij de meeste peuters de koppigheidsfase of peuterpuberteit aan. Alledaagse dingen die vanzelf liepen, kunnen plots veel moeilijker verlopen: de jas aandoen, je kind eten geven, een activiteit met je kind doen, enzovoort. Ze zeggen op alles nee en krijgen driftbuien als ze niet krijgen wat ze willen. Waarom doen ze dit, en hoe ga je hiermee om? Je ontdekt het hier!
Alles wat je moet weten over de peuterpuberteit

In de periode van anderhalf tot 4 jaar zitten heel wat ouders met de handen in hun haar. Dan breekt bij de meeste peuters de koppigheidsfase of peuterpuberteit aan. Alledaagse dingen die vanzelf liepen, kunnen plots veel moeilijker verlopen: de jas aandoen, je kind eten geven, een activiteit met je kind doen, enzovoort. Ze zeggen op alles nee en krijgen driftbuien als ze niet krijgen wat ze willen. Waarom doen ze dit, en hoe ga je hiermee om? Je ontdekt het hier!

Wat is de peuterpuberteit?

De peuterpuberteit maakt een belangrijk deel uit van de ontwikkeling van je kind. Het is de eerste stap naar zelfstandigheid. Je peuter ontdekt dat hij een persoon is met een eigen wil en kunnen. Maar hij botst op een hoop grenzen, bijvoorbeeld lichamelijke grenzen – ik kan dit niet – of grenzen van buitenaf – dit mag je niet doen. Hij probeert deze grenzen af te tasten en hier gaan een hoop frustraties mee gepaard.

De nee-fase

“Wil je buiten spelen?” “Nee.” “Heb je zin in macaroni?” “Nee.” In de ‘nee-fase’ is niets goed. Nee zeggen is heel spannend voor je kind. Hij wil duidelijk maken dat hij een eigen wil heeft, en daarvoor moet hij het soms niet met je eens zijn. Soms is hij het zelfs niet met zichzelf eens. Dan vraagt hij urenlang achter iets en als hij het krijgt moet hij het niet meer hebben.

Driftbuien

Je peuter kan nu zelf de koekjeskast openen en er iets uithalen, maar daarom mag dat niet zomaar. Of hij wil bepaalde dingen doen die hij zelf niet kan. Dit leidt tot frustraties, wat dan weer leidt tot driftbuien. Dit is een heftige manier van reageren en gevoelens uiten. Je kind kent nog niet genoeg woorden om zich te uiten, dus reageert hij lichamelijk door zich op de grond te leggen en te beginnen krijsen, door te verstijven of te beginnen huilen. Op welke manier je kind reageert hangt af van het karakter van je kind.

Omgaan met je kind in de koppigheidsfase

Omgaan met een koppige peuter vraagt veel geduld en begrip, maar ook duidelijke grenzen en een consequente aanpak. Als ouder moet je ernaar streven om zo min mogelijk boos te worden, en toch duidelijk maken dat je kind niet zomaar alles mag doen of hebben. Zo leert je kind dat hij zijn eigen mening mag hebben, maar hij ook rekening moet houden met anderen.

Negeren

Bepaal voor jezelf of een situatie een conflict waard is. Soms zegt je kind gewoon nee om een reactie uit te lokken of aandacht te krijgen. Als zijn koppige gedrag binnen de perken blijft, kun je je kind best even negeren. Met wat geluk draait je peuter dan vanzelf weer bij. Als negeren niet werkt, probeer je kind dan af te leiden. Maar als ook dit geen succes is en je kind zo boos wordt dat hij begint te slaan of dingen stuk begint te maken, maak dan duidelijk dat dit niet mag en zet hem even apart om hem te laten uitrazen.

Laat je peuter zo veel mogelijk zelf doen

Zeg niet “Ik zal dat wel doen”, maar “Laten we dat samen doen”. Koken bijvoorbeeld. In de peuterpuberteit zal je kind af en toe tegenstribbelen bij het eten. Als hij zelf heeft meegeholpen bij het klaarmaken van de maaltijd, zal hij er gemakkelijker van eten. Of toch minstens een beetje proeven. Je biedt een soort samenwerkingsverband aan, waarin jij de leiding neemt en grenzen stelt waarbinnen je peuter kan groeien en oefenen.

Moedig je kind aan

Moedig je kind zo veel mogelijk aan als ze iets zelf doen: eten, aan- en uitkleden, tanden poetsen enzovoort. Zeg iets als “Wat knap dat jij dat al zelf kunt!” Hierdoor krijgt je kind meer zelfvertrouwen. Je kind vindt het heel fijn om de dingen zelf te doen of je mee te helpen met klusjes. Ze zullen hierdoor wat trager vooruit gaan, maar je kleuter zal een hele hoop bijgeleerd hebben.

Vermijd ja/nee-vragen

Zeg niet “Gaan we broccoli eten?” want dan krijg je gegarandeerd “nee” als antwoord. Opteer liever voor “Wat wil je eten, broccoli of bloemkool?” Zo geef je je kind een keuze, waardoor hij zijn groentjes gemakkelijker zal opeten. Dit systeem geldt ook voor andere situaties zoals het aantrekken van zijn jas of samen iets gaan doen.

Stel duidelijke grenzen voor je peuter. Hij zal niet altijd begrijpen waarvoor die grenzen dienen, maar ze zorgen voor voorspelbaarheid en rust. Maar stel niet teveel grenzen, want je kind heeft immers ruimte nodig voor zijn ontdekkingstocht. En het belangrijkste: geef je kind op willekeurige momenten aandacht, niet alleen wanneer hij iets stout doet. Vaak doet hij die stoute dingen alleen maar omdat hij aandacht wil. Geef ook na een driftbui aandacht aan je kleintje. Na zo’n heftige confrontatie is je kind immers kwetsbaar. Knuffel hem en bevestig  hem door te zeggen dat je blij bent dat hij weer rustig is.

Wil je meer tips krijgen over opvoeding, de inrichting van je kinderkamer, leuke activiteiten voor als het regent en nog veel meer? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Je krijgt elke week een nieuw blogbericht in je mailbox, samen met een hoop leuke acties en de laatste nieuwe producten!

Winkelmandje

×

Subtotaal